woensdag 11 oktober 2017

De wijnkenner.


Een wijnkenner moet veel leren en veel proeven. Heel veel.

Het beste is om te beginnen met een wijnproef-cursus, waar je leert hoe een etiket te lezen, hoe je bepaalde soorten wijn kunt herkennen en hoe kurk in de wijn smaakt. Na een korte cursus heb je best veel geleerd en voel je je een ware wijnkenner. Dat geldt ook voor mij en daarom kies ik graag de wijn uit in een restaurant. Best lastig, dus kijk ik vaak naar hoe anderen dat doen. Daar leer ik veel van. Wat mij opvalt is, dat het kiezen van de juiste wijn op heel veel manieren kan.

Er zijn mensen die een korte blik op het etiket van de fles werpen. Zij gaan ervan uit dat zij krijgen wat ze hebben besteld. Vervolgens wordt snel een slokje geproefd en meestal is de wijn oké. “Schenkt u maar in”. Anderen hebben meer tijd nodig. Het etiket wordt grondig bestudeerd en daarna wordt aandachtig geproefd. Dat begint met ruiken: de neus diep in het glas, walsen, weer de neus in het glas, nog een keer walsen en dan pas een slokje.

Het bleef een tijd stil, totdat hij tegen de serveerster zei: “ik wil meer hout”.

Tot nu toe heb ik niet meegemaakt dat de wijn wordt afgekeurd, hooguit dat deze niet smaakt zoals verwacht. Verkeerde keuze dus, maar geen reden om de wijn (kosteloos) terug te sturen. Dan kan wel als de wijn naar kurk smaakt.

Wijn per glas kiezen kan ook. Bij steeds meer horecagelegenheden kan dat, waardoor we niet meer aangewezen zijn op die o zo bekende chardonnay of merlot. Dikwijls kan je een nipje wijn proeven voordat je je definitieve keuze maakt. Af en toe proef ik blind om mijn wijnkennis te testen.

Op een avond zat ik naast een jonge vent. Hij leek mij een student. Ik kon mij  ogen niet van hem af houden. Heel geconcentreerd keek hij naar zijn glas wijn. Vervolgens rook hij er aan en nam daarna een slok. Het bleef een tijd stil, totdat hij tegen de serveerster zei: “ik wil meer hout”. Ik vond het best hilarisch, maar bedacht direct dat ik het zelf had kunnen zijn. 

Toen ik een keer een wijnarrangement had begon de overenthousiaste, jonge sommelier direct na het inschenken van de wijn mijn glas driftig rond te draaien, er aan te ruiken en tot slot mij te vertellen wat “je” ruikt. Ik was daar niet blij mee, want zo word ik nooit een echte wijnkenner.  

woensdag 26 april 2017

Je moet maar durven!


Samen met haar compagnon liep zij rond in het voormalig pomphuis van het Amsterdamse waterleidingbedrijf in Westerpark, een buurt dat toen een beetje achenebbisj was. Wat zij zag was niet alleen een mooie, grote ruime maar vooral een restaurant, zoals in Parijs. Ondanks dat een ieder haar voor gek verklaarde zette zij haar plannen om in daden: in december 1996 opende zij, samen met haar compagnon, het eerste grote restaurant in Amsterdams: café restaurant Amsterdam. Het bleek een gouden greep: het restaurant is altijd vol, zelfs na 20 jaar. Velen hebben haar voorbeeld gevolgd.

Op vergaderingen werd niet alleen gerookt, er stonden zelfs bekertjes met sigaretten klaar. Zoals nu plastic bekertjes voor water, koffie of thee.

Weer heeft zij iets gedaan wat anderen tot nu toe niet durfden: op tweede paasdag vertelde zij op de landelijke TV dat op haar terras niet meer gerookt mag worden. Heel dapper, want er zijn ongetwijfeld klanten die daar absoluut niet blij mee zijn. Verbieden kan ze niet, maar wel vriendelijk verzoeken en hopen dat het de norm wordt: niet meer roken op een horecaterras.

Dit nieuws deed mij denken aan vroeger, toen roken nog wel de norm was.
Op vergaderingen werd niet alleen gerookt, er stonden zelfs bekertjes met sigaretten klaar. Zoals nu plastic bekertjes voor water, koffie of thee. Ik weet nog de eerste keer dat iemand vroeg of er rookpauzes konden komen, omdat hij last had van die rook. Ik vond dat heel raar, maar hij kreeg zijn zin en er werden rookpauzes ingelast. Ik was er niet blij mee.

Na verloop van tijd werden deze rookpauzes afgeschaft, omdat men met rokers geen rekening meer wilde houden. Weer wat later mocht er niet meer gerookt worden in overheidsgebouwen. Gelukkig was ik toen al gestopt, want anders had ik het er heel moeilijk mee gehad.

De grootste reuring kwam toen er in openbare gelegenheden niet meer mocht worden gerookt, dus ook niet in de horeca. En zo verschoof de norm van wel roken naar niet roken. De enige plek die rokers nog hebben is buiten op straat of op het terras. Behalve dan bij café restaurant Amsterdam, omdat zij zo dapper is om dat niet meer toe te staan.

En geef toe: roken is zo …….  smaakbedervend!