zaterdag 2 april 2016

Herinneringen aan Mirafiori


Er zijn heel veel Italiaanse restaurants in Amsterdam. Sommige zelfs al heel lang. Helaas zijn er ook enkele verdwenen, zoals Mirafiori. Dit restaurant zat vlak bij het Vondelpark, op een mooie hoek; De eetzaal was op de eerste verdieping, de keuken onder het straatniveau. Liep je daar overdag langs, dan zag je heerlijke dikke stukken patat, klaar voor consumptie.  

Voor  mij was hij het gezicht van Mirafiori.

 Bij binnenkomst in het restaurant waande je je in Italie, in de jaren ’60 van de vorige eeuw. Donker  betimmerde muren met zwart-witfoto’s van Italiaanse beroemdheden en Italiaanse landschappen. De tafels waren gedekt met wit linnen, mooi bestek en met witte borden waarop geschilderd twee dunne blauwe randjes, een bloemetje en de tekst “mirafiori”. De obers waren Italiaans, in ieder geval van oorsprong. Dit versterkte het Italiëgevoel.

Het restaurant was altijd goed bezet. Naar verluidt liet een bekende Nederlandse schrijver zich daar graag frequent zien. Ik heb hem helaas nooit mogen ontmoeten.

Het eten was typisch Italiaans: geen grote hoeveelheid saus met de pasta, maar een bescheiden portie. Naast de bekende scaloppina had Mirafiori ook fegato alle veneziana. Heerlijk! De bijgerechten koos je zelf. Dat had ik in Nederland nog niet meegemaakt. Ik was gewend aan een bord vol met vlees, saus, doorgekookte groente en gebakken aardappels.

Er was één al wat oudere ober, die er altijd was als ik daar kwam eten. Hij was gekleed in een zwart colbert, compleet met vlinderdas en had een wit servet over zijn linker onderarm. Voor mij was hij het gezicht van Mirafiori.  

En opeens kwam het bericht dat Mirafiori ging sluiten. Een begrip verdween.

Op 17 juni 1999, de een-na-laatste avond, ben ik er nog gaan eten. Gelukkig was die aardige ober er ook. Ik vroeg hem of ik een Mirafioribord kon kopen, maar het antwoord was “nee”. Kleine teleurstelling. Maar toen de rekening kwam, had hij een bord meegenomen. Kopen kon niet, maar krijgen wel. Ik was er erg blij mee en vond het ontzettend aardig van hem.

Daarna heb ik hem nog twee keer gezien in restaurant Zeppos. Hij droeg een zwart colbert, compleet met vlinderdas en had een wit servet over zijn linker onderarm. Ik sprak hem aan en refereerde aan dat bord. Hij wist meteen wie ik was. Hij vertelde dat hij al gepensioneerd was maar het werken niet kon laten. De laatste keer dat ik bij Zeppos kwam bleek hij er niet meer te werken.

En dat bord? Dat heb ik nog steeds en ik gebruik het elke avond.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten