Er zijn heel veel Italiaanse restaurants in Amsterdam.
Sommige zelfs al heel lang. Helaas zijn er ook enkele verdwenen, zoals Mirafiori.
Dit restaurant zat vlak bij het Vondelpark, op een mooie hoek; De eetzaal was
op de eerste verdieping, de keuken onder het straatniveau. Liep je daar overdag
langs, dan zag je heerlijke dikke stukken patat, klaar voor consumptie.
Voor mij was hij het gezicht van Mirafiori.
Het restaurant was altijd goed bezet. Naar verluidt liet een
bekende Nederlandse schrijver zich daar graag frequent zien. Ik heb hem helaas
nooit mogen ontmoeten.
Het eten was typisch Italiaans: geen grote hoeveelheid saus
met de pasta, maar een bescheiden portie. Naast de bekende scaloppina had
Mirafiori ook fegato alle veneziana. Heerlijk! De bijgerechten koos je zelf. Dat
had ik in Nederland nog niet meegemaakt. Ik was gewend aan een bord vol met
vlees, saus, doorgekookte groente en gebakken aardappels.
Er was één al wat oudere ober, die er altijd was als ik daar
kwam eten. Hij was gekleed in een zwart colbert, compleet met vlinderdas en had
een wit servet over zijn linker onderarm. Voor mij was hij het gezicht van
Mirafiori.
En opeens kwam het bericht dat Mirafiori ging sluiten. Een
begrip verdween.
Op 17 juni 1999, de een-na-laatste avond, ben ik er nog gaan
eten. Gelukkig was die aardige ober er ook. Ik vroeg hem of ik een
Mirafioribord kon kopen, maar het antwoord was “nee”. Kleine teleurstelling. Maar
toen de rekening kwam, had hij een bord meegenomen. Kopen kon niet, maar krijgen
wel. Ik was er erg blij mee en vond het ontzettend aardig van hem.
Daarna heb ik hem nog twee keer gezien in restaurant Zeppos.
Hij droeg een zwart colbert, compleet met vlinderdas en had een wit servet over
zijn linker onderarm. Ik sprak hem aan en refereerde aan dat bord. Hij wist
meteen wie ik was. Hij vertelde dat hij al gepensioneerd was maar het werken
niet kon laten. De laatste keer dat ik bij Zeppos kwam bleek hij er niet meer
te werken.
En dat bord? Dat heb ik nog steeds en ik gebruik het elke
avond.