zondag 13 november 2016

Betweters


Een maand of wat geleden hebben we gegeten in een bekend en goed restaurant in Maastricht. Ik was er al vaker geweest en ik verheugde mij er enorm op.

Bij binnenkomst werden we verwezen naar de tuin voor ons aperitiefje. Een heerlijke champagne met lekkere amuses. Een goede start.

Ik bestel meestal een fles “rood’, waarbij ik mij laat leiden door het land van herkomst, de druif en de prijs.

 We hadden besloten om ons dit keer te laten verrassen door de chef. Spannend dus. Ook nam ik een wijnarrangement, iets wat ik tot die avond nooit deed, bang er teut van te worden. Ik bestel meestal een fles “rood’, waarbij ik mij laat leiden door het land van herkomst, de druif en de prijs. Maar ik was net met een wijncursus gestart en wilde meer leren van wijn-spijscombinaties. In die ene les had ik wel geleerd hoe te ruiken en te proeven: wijn inschenken, ruiken, walsen (heel rustig), weer ruiken en dan pas proeven. Een waar genot.

Na de champagne werden we naar onze tafel gebracht. Gelukkig binnen, want het werd al fris.

Een enthousiaste zwarte brigade bracht ons het ene verrukkelijke gerecht na het andere. Ook de chef kwam ons hartelijk begroeten.

De sommelier was vrij jong en even enthousiast als zijn collega’s. Maar voor mij iets te enthousiast.

Zodra hij mijn eerste glas met wijn had gevuld begon hij dit driftig rond te draaien en mij te vertellen wat ik rook. Ik zei hem dat ik net heb geleerd dat je eerst moet ruiken, dan rustig je glas moet bewegen en dan weer ruiken. Zodra ik die woorden had uitgesproken moest ik denken aan al die betweters, mensen die na één cursusavond het beter weten dan de mensen die er voor geleerd hebben. Ik wist niet dat ik tot die groep mensen behoorde, ook al had ik gelijk.

Dit veranderde echter niks aan de het gedrag van de sommelier. Bij elke nieuwe wijn bleef hij mijn glas ronddraaien, ondanks dat ik elke keer zei: “Nu doe je het weer!” Hij had wel door dat ik het niet prettig vond, maar kon het blijkbaar niet laten. Om het goed te maken heeft hij alle wijnen die ik die avond heb gedronken (vijf verschillende) uit laten typen en in een mooi kaftje gedaan. Dat vond ik erg aardig.

Na ca. vier uur stapten we op, helemaal voldaan. Ik had een heerlijke avond maar of deze sommelier dat ook had???

   

zondag 26 juni 2016

Ontbijt-je?

Voordat ik de deur uitga moet ik wat eten. Een ontbijt sla ik dus niet over.  
Ik ben altijd benieuwd naar het ontbijt in hotels. Ontbijt geserveerd aan tafel vind ik het fijnst. Een mandje brood, een schaaltje met ham en kaas, een eitje erbij en een bakje jam. Koffie of thee naar keuze en een jus-tje. Heerlijk! Maar die tijd lijkt voorbij.
De meeste hotels hebben een ontbijtruimte, meestal saai tot depressief, waar het buffet staat uitgestald met roerei en worstjes in een grote zilveren bak, brood, kleine pakjes jam en honing, yoghurt met cruesli/muesli-achtige dingetjes, jus d’orange, melk en koffie uit een automaat of in een kannetje. Na eerst alles t hebben gekeurd maak ik mijn keuze.  

’s Ochtends hing mijn ontbijt aan een haak aan de deur.

Zodra ik klaar ben met eten neem ik nog even de tijd om rond te kijken. Met verbazing zie ik andere gasten tot driemaal toe opscheppen: yoghurt, ei, broodjes, …. Eten ze thuis ook zo veel? Ik kan het me niet voorstellen.

Dit jaar deed ik een heel nieuwe ervaring op in Maastricht. Mij was bij de reservering meegedeeld dat er geen ontbijtzaal in het hotel is. Nee, “het ontbijt wordt in een papieren zak  geserveerd”. De man aan de andere kant van de lijn verkondigde dit met veel enthousiasme als was het een echt vernieuwend ontbijtconcept.  Ik had mijn twijfels.
’s Ochtends hing mijn ontbijt aan een haak aan de deur. Het bestond uit een appel, yoghurt in een plastic bakje, een wrap in plastic folie, plastic bestek en een papieren servet. Over de kwaliteit valt te twisten maar ik vond het maar niks.
Gelukkig zijn er ook hotels, waar het nog fijn ontbijten is, zoals in Italie, waar in sommige hotels de ontbijttafels in de tuin staan. Heerlijk onder de eerste ochtendzon of onder een boom. Erbij goede espresso of cappuccino, verrukkelijke (zoete) broodjes, beleg en yoghurt. In Noord-Italië ga ik vaak naar een hotel waar het ontbijt buiten aan het meer wordt geserveerd, d.w.z. de koffie, of thee. De rest staat in een grote eetzaal. Met de rest bedoel ik: diverse soorten brood en taart, schalen met fruit en noten, yoghurt en kwark, diverse sapjes, plat en bruisend water, gekookt ei, roerei… te veel om op te noemen! Als daar driemaal wordt opgeschept kan ik dat wél begrijpen.

Ik ben benieuwd naar het ontbijt deze vakantie. Ik hoop dat alles bij het oude is gebleven. Vernieuwing is niet altijd een verbetering.  

zaterdag 2 april 2016

Herinneringen aan Mirafiori


Er zijn heel veel Italiaanse restaurants in Amsterdam. Sommige zelfs al heel lang. Helaas zijn er ook enkele verdwenen, zoals Mirafiori. Dit restaurant zat vlak bij het Vondelpark, op een mooie hoek; De eetzaal was op de eerste verdieping, de keuken onder het straatniveau. Liep je daar overdag langs, dan zag je heerlijke dikke stukken patat, klaar voor consumptie.  

Voor  mij was hij het gezicht van Mirafiori.

 Bij binnenkomst in het restaurant waande je je in Italie, in de jaren ’60 van de vorige eeuw. Donker  betimmerde muren met zwart-witfoto’s van Italiaanse beroemdheden en Italiaanse landschappen. De tafels waren gedekt met wit linnen, mooi bestek en met witte borden waarop geschilderd twee dunne blauwe randjes, een bloemetje en de tekst “mirafiori”. De obers waren Italiaans, in ieder geval van oorsprong. Dit versterkte het Italiëgevoel.

Het restaurant was altijd goed bezet. Naar verluidt liet een bekende Nederlandse schrijver zich daar graag frequent zien. Ik heb hem helaas nooit mogen ontmoeten.

Het eten was typisch Italiaans: geen grote hoeveelheid saus met de pasta, maar een bescheiden portie. Naast de bekende scaloppina had Mirafiori ook fegato alle veneziana. Heerlijk! De bijgerechten koos je zelf. Dat had ik in Nederland nog niet meegemaakt. Ik was gewend aan een bord vol met vlees, saus, doorgekookte groente en gebakken aardappels.

Er was één al wat oudere ober, die er altijd was als ik daar kwam eten. Hij was gekleed in een zwart colbert, compleet met vlinderdas en had een wit servet over zijn linker onderarm. Voor mij was hij het gezicht van Mirafiori.  

En opeens kwam het bericht dat Mirafiori ging sluiten. Een begrip verdween.

Op 17 juni 1999, de een-na-laatste avond, ben ik er nog gaan eten. Gelukkig was die aardige ober er ook. Ik vroeg hem of ik een Mirafioribord kon kopen, maar het antwoord was “nee”. Kleine teleurstelling. Maar toen de rekening kwam, had hij een bord meegenomen. Kopen kon niet, maar krijgen wel. Ik was er erg blij mee en vond het ontzettend aardig van hem.

Daarna heb ik hem nog twee keer gezien in restaurant Zeppos. Hij droeg een zwart colbert, compleet met vlinderdas en had een wit servet over zijn linker onderarm. Ik sprak hem aan en refereerde aan dat bord. Hij wist meteen wie ik was. Hij vertelde dat hij al gepensioneerd was maar het werken niet kon laten. De laatste keer dat ik bij Zeppos kwam bleek hij er niet meer te werken.

En dat bord? Dat heb ik nog steeds en ik gebruik het elke avond.

zondag 7 februari 2016

Dauphine


Dauphine is 10 jaar! Ik kan me nauwelijks meer voorstellen hoe mijn leven was zonder Dauphine. Ik kom er vaak, heel vaak. Voor een lunch, kop koffie of diner.

Waarom is het zo fijn toeven daar? Of liever: waarom vind ík het fijn?
Dat heeft met diverse factoren te maken.

In de eerste plaats de bediening. Jonge enthousiaste mensen, die het de klant naar de zin willen maken, de juiste (persoonlijke) snaar weten te raken en niet met zichzelf bezig zijn.
 
"Ik vind het heerlijk om er te zitten en te kijken naar alles en iedereen om me heen; me vervelen doe ik niet. "
 
Wat ik heel erg prettig vind is dat ze niet pushen. Hoe vaak gebeurt het niet dat, wanneer je net een laatste slok wijn in je mond hebt of die laatste hap van het hoofdgerecht amper hebt doorgeslikt, prompt wordt gevraagd: “Wilt u nog een glaasje wijn?”, of: “Wilt u de kaart voor het nagerecht?” Heel irritant. Bij Dauphine wachten ze gelukkig op een teken van de gast.

En dan het eten: de kaart is ruim van opzet, dat wil zeggen voor elk wat wils. Van een Ceasarsalad tot een hamburger (met veel friet), van een King-crab tot een rib-eye, en niet te vergeten die verrukkelijke ravioli met truffel. Ben je een echte visliefhebber: een visplateau behoort ook tot de mogelijkheden. Elke week is er een ander driegangenmenu, de vaste kaart wisselt soms, al staan enkele gerechten er vanaf het begin op, zoals de chocoladetruffelterrine met frambozensaus. Het aller allerlekkerste vind ik hun citroentaartje. Maar juist dat staat niet altijd op de kaart.

Verwacht geen sterrenniveau, maar wel (h)eerlijke gerechten.

Er is één klein minpuntje, namelijk het ontbreken van een koekje bij de koffie. Je kan wel bonbons, slagroomtruffels en koekjes bestellen, maar het zit er niet standaard bij. Dit omdat men bang is dat de koekjes niet worden gegeten waardoor ze in de vuilnisbak verdwijnen. Daar zit wat in, maar volgens mij eten heel veel mensen hun koekje juist wel op (net als hun patat, maar dat terzijde).

Tot slot de ruimte: Dauphine zit in de oude Renaultgarage, vandaar “Dauphine”.  Buiten op het terras staat een fraai exemplaar van dit autootje. Binnen is het groot en rumoerig. Ik houd daar van, maar  de meningen zijn daarover verdeeld. Ik vind het heerlijk om er te zitten en te kijken naar alles en iedereen om me heen; me vervelen doe ik niet.

Afgelopen zomer was Dauphine tijdens de vakantieperiode gesloten voor een grote verbouwing; een perfecte timing! Na ruim negen jaar kon Dauphine dat volgens mij wel gebruiken. Vol verwachting ging ik na de vakantie kijken, maar ik zag niks, of liever: ik zag geen verandering. Maar als dat alles is…

Op naar de 20 jaar!

 

Wie ben ik?

Mijn naam is Fenna. Ik ben geboren en getogen in Amsterdam en woon er nog steeds. Gelukkig maar, want in Amsterdam zijn heel veel restaurants, eetcafés en andere horeca-gelegenheden; en wekelijks komen er nieuwe bij en verdwijnen andere. 

Ik wil het vooral hebben over de sfeer en de bediening. 


Met het grote aantal en de diversiteit ben ik heel blij, want ik ga vaak en graag uit eten. 

Ik deze blogpagina heb ik het niet over de kwaliteit van het eten; er zijn immers genoeg anderen die dat doen en er echt verstand van hebben. Ik wil het vooral hebben over de sfeer en de bediening. Ik vind die twee namelijk minstens zo belangrijk als het eten zelf.  
Mijn eerste blog gaat over café restaurant Dauphine, dat deze maand, februari 2016, 10 jaar bestaat en waar ik vaak en graag kom.